News:

Hang geroofde kunst op - Exhibit looted art

1970
1945
NRC 8 February 2019

English translation below

Joods erfgoed
En blijf ons verhaal van die onvoorstelbare plundering vertellen
, schrijft Avraham Roet

 

Is dit Nederland? In 1943 stond ik bij het huis van mijn grootvader op de Amsterdamse Herengracht. Op een ochtend zagen we hoe de Nederlandse politie een razzia op het Joodse weeshuis uitvoerde, hoe Amsterdamse trams klaar stonden om de 94 weesjongens met twee van hun verzorgsters en hun arts weg te voeren. De Amsterdamse trams zetten de weeskinderen keurig netjes af op een Nederlands treinstation. De Nederlandse staatstreinen brachten de kinderen keurig netjes naar Westerbork en Nederlandse treinen brachten ze vervolgens keurig netjes naar Sobibor waar ze werden vergast. Geen van hen kwam ooit terug.

Drie uur later verscheen het Nederlandse vervoersbedrijf Puls met zijn Nederlandse medewerkers – ze haalden het weeshuis leeg. De inboedel werd met Nederlandse vrachtauto’s en schepen naar Duitsland gebracht. De waardevolle schilderijen en Judaïca werden separaat naar Duitsland verstuurd om de verzamelingen van Göring en Hitler aan te vullen.

Ruim honderd jaar had het weeshuis bestaan dankzij giften, legaten van de Joodse gemeenschap in Nederland. In het huis hingen prachtige schilderijen, afkomstig uit de nalatenschappen van Joodse families, geschonken in de voorgaande anderhalve eeuw.

Wie kan deze geroofde kunst en Judaïca volgens de Restitutiecommissie claimen? De vermoorde weeskinderen die nooit zijn teruggekomen, hun verzorgers die vrijwillig met hen op transport gingen omdat zij hun kinderen niet alleen wilden laten?

Morele kwestie

Eind vorig jaar schreef de voorzitter van de Restitutiecommissie, Alfred Hammerstein, in deze krant dat bij roofkunst „het belang van het slachtoffer altijd voorop staat”. Hammerstein, wiens geloofswaardigheid boven enige twijfel is verheven, kent vanzelfsprekend de juridische argumenten. Maar het is geen juridische kwestie, het is een morele kwestie! Hoe behandelt men de slachtoffers van genocide en de overlevenden? Daarop geeft de Nederlandse wet geen antwoord.

Evelien Campfens, die veertien jaar werkte als secretaris van de Restitutiecommissie, schreef in dezelfde krant dat Nederland gewetensvol omgaat met roofkunst. Wat dat gewetensvol inhoudt, zegt ze niet. Evenmin zegt ze hoe om te gaan met de erfenissen van de Joodse culturele genocide.

De huidige Nederlandse Staat en regering zijn een directe juridische opvolger van alle Nederlandse regeringen van voor, in en na de Tweede Wereldoorlog. Vele honderden geroofde schilderijen, standbeelden, antieke sieraden, postzegels, antiquiteiten die ooit toe aan Joden uit Nederland toebehoorden, zijn tegenwoordig in het bezit van rijk, musea, gemeenten. Deze kunstschatten hangen in allerlei gebouwen, bijvoorbeeld in het gebouw van de Commissaris van de Koning van Noord-Holland in Haarlem. Vijfentwintig jaar na de oorlog werd er nog altijd oorlogskunst verkocht, onderhands en zelfs openlijk, aan ambtenaren van het ministerie van Financiën.

Geef geroofd bezit terug

De kunstwereld neemt de pogingen van de Joodse gemeenschap in Nederland en de diaspora om haar geroofde bezit terug te krijgen, niet serieus. Vijfenzeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog en na vier jaar onderzoek heeft het Rijksmuseum nóg eens een paar jaar nodig om uit te vinden hoeveel (!) Joodse geroofde kunst in haar bezit is.

Paragraaf 9 van de Washington Declaratie (1998), over de teruggave van door de nazi’s geconfisqueerde kunst, mede geïniteerd en ondertekend door Nederland, stelt vast: „Als de vooroorlogse eigenaars van door de nazi’s in beslag genomen kunst of hun erfgenamen niet kunnen worden geïdentificeerd, dienen er snel stappen genomen te worden om een juiste en eerlijke oplossing te vinden.”

Die tijd is gekomen. In oktober 2018 is er een internationale conferentie in Jeruzalem gehouden over de toekomst van geroofde Joodse kunst waarvan geen erfgenamen te vinden zijn. Tijdens deze conferentie is de zogenaamde Jeruzalem-verklaring aangenomen. Daarin staat: „(…) om niet-geclaimde geroofde kunst die momenteel is opgeslagen in musea tijdelijk te lenen en tentoon te stellen in musea in Israël en de rest van de wereld. Deze werken moeten worden weergegeven met passende uitleg over de omstandigheden van hun plundering. We roepen alle musea in de wereld op die kunstcollecties zonder erfgenamen uit de Tweede Wereldoorlog bezitten om ruimte in hun eigen hallen toe te wijzen en dergelijke kunstwerken tentoon te stellen, vergezeld van verklaringen van de plundering.”

De weeskinderen kwamen nooit terug

Ja, ik ben emotioneel. Op vrijdagavonden gingen we naar de synagoge in het jongensweeshuis. Ik herinner me de dienst, de weeskinderen, de verzorgers – nooit teruggekeerd. Ik herinner me het herenhuis op de Herengracht van mijn grootvader Abraham Prins – vermoord in Sobibor. Ik herinner me het prachtige zilveren antiek, de schilderijen – alles geroofd. Ik herinner me hoe overlevenden van Auschwitz bij ons thuis kwamen – gekleed in lompen en hoge schoenen zonder kousen.

De Restitutiecommissie vraagt zich af waarom men indertijd geen kunst heeft geclaimd. Maar meer dan de helft van de mensen die terugkwam, was jonger dan achttien jaar. Zij wisten weinig tot niets van het bezit van hun familie, en al helemaal niet van de geroofde kunstwerken.

Bovendien hadden de overlevenden wel iets anders te doen. Terwijl de rouw om hun vermoorde familieleden alle fysieke en geestelijke kracht uit hun lichamen zoog, dienden zij hun leven weer op te bouwen, werk te vinden, familiebanden te herstellen. De meeste Joden waren in die jaren na de oorlog eenvoudig te arm, oud en moe om hun kunst op te eisen. Daarbij, toen de kunst uiteindelijk kon worden opgeëist, moesten ze dure advocaten inschakelen en tijdrovende processen ondergaan.

Het zou de Restitutiecommissie sieren indien ze publiceert hoeveel kunstwerken zijn teruggegeven zonder interventie van advocaten.

De een na de andere Nederlandse instantie blijkt ons beroofd of in de steek gelaten te hebben: de Nederlandse kunstwereld, stadsbelasting, de postgiro, het Nederlandse Rode Kruis, de Nederlandse Spoorwegen, het Beheersinstituut en wie weet nog meer. Maar wij, die de concentratiekampen hebben overleefd of zijn gered door de Nederlandse Rechtvaardigen onder de Volkeren, zijn verplicht om tijdens ons hele leven de herinnering aan de Holocaust-slachtoffers en hun geestelijke en culturele waarden in stand én levend te houden.

Guide English translation

Jewish heritage- Keep telling our story of that unimaginable looting, writes Avraham Roet

Is this the Netherlands? In 1943 I stood at my grandfather's house on the Amsterdam Herengracht. One morning we saw how the Dutch police raided the Jewish orphanage, how Amsterdam trams were ready to take the 94 orphan boys away with two of their caretakers and their doctor. The Amsterdam trams neatly dropped off the orphans at a Dutch train station. The Dutch state trains brought the children neatly to Westerbork and Dutch trains brought them neatly to Sobibor where they were gassed. None of them ever returned.

Three hours later the Dutch transport company Puls appeared with its Dutch employees - they emptied the orphanage. The household effects were brought to Germany by Dutch trucks and ships. The valuable paintings and Judaïca were sent to Germany separately to complete the collections of Göring and Hitler.

The orphanage had existed for over a hundred years thanks to donations, bequests from the Jewish community in the Netherlands. The house contained beautiful paintings from the legacies of Jewish families donated in the previous century and a half.

According to the Restitutions Committee, who can claim this looted art and Judaica? The murdered orphans who never returned, their caretakers who voluntarily went on transport with them because they did not want to leave their children alone?

Moral question


At the end of last year, the chairman of the Restitutions Committee, Alfred Hammerstein, wrote in this newspaper that in looted art "the victim's interest always comes first". Hammerstein, whose credibility is beyond doubt, obviously knows the legal arguments. But it is not a legal issue, it is a moral issue! How do we treat the victims of genocide and the survivors? Dutch law does not answer this question.

Evelien Campfens, who worked for fourteen years as secretary of the Restitutions Committee, wrote in the same newspaper that the Netherlands is conscientious about looting. She doesn't say what that means conscientiously. Nor does she say how to deal with the legacies of the Jewish cultural genocide.

The present Dutch State and government are a direct legal successor to all Dutch governments before, during and after the Second World War. Many hundreds of stolen paintings, statues, antique jewellery, stamps, and antiquities that once belonged to Jews from the Netherlands are now in the possession of the rich, museums and municipalities. These art treasures hang in all kinds of buildings, for example in the building of the Commissioner of the King of North Holland in Haarlem. Twenty-five years after the war, looted art was still sold, privately and even openly, to officials of the Ministry of Finance.

Give back looted property

The art world does not take seriously the attempts of the Jewish community in the Netherlands and the diaspora to recover their stolen possessions. Seventy-five years after the end of the Second World War and four years of research, the Rijksmuseum needs another few years to find out how much (!) Jewish looted art it possesses.

Paragraph 9 of the Washington Declaration (1998) on the return of art confiscated by the Nazis, co-initiated and signed by the Netherlands, states: "If the pre-war owners of art confiscated by the Nazis or their heirs cannot be identified, steps must be taken quickly to find a just and fair solution.

That time has come. In October 2018, an international conference was held in Jerusalem on the future of looted Jewish art of which no heirs can be found. During this conference the so-called Jerusalem Declaration was adopted. It states: "(...) to temporarily lend unclaimed looted art currently stored in museums and to exhibit it in museums in Israel and the rest of the world. These works should be presented with appropriate explanations of the circumstances of their looting. We call upon all museums in the world that have art collections without World War II heirs to allocate space in their own halls and to exhibit such works of art, accompanied by statements of looting.

The orphans never came back

Yes, I am emotional. On Friday evenings we went to the synagogue in the boys' orphanage. I remember the service, the orphans, the caretakers - never returned. I remember the mansion on the Herengracht of my grandfather Abraham Prins - murdered in Sobibor. I remember the beautiful silver antiques, the paintings - everything stolen. I remember how Auschwitz survivors came to our home - dressed in rags and high shoes without stockings.

The Restitutions Committee wonders why no art was claimed at the time. But more than half of the people who returned were under the age of eighteen. They knew little or nothing about the property of their family, and certainly not about the looted works of art.

Moreover, the survivors had something else to do. While the mourning for their murdered family members sucked all the physical and spiritual power out of their bodies, they had to rebuild their lives, find work, restore family ties. Most Jews in those years after the war were simply too poor, old and tired to claim their art. In addition, when art could eventually be claimed, they had to engage expensive lawyers and undergo time-consuming trials.

The Restitutions Committee would do well to publish how many works of art were returned without the intervention of lawyers.

One after the other Dutch institutions appear to have robbed or abandoned us: the Dutch art world, city tax, the postgiro, the Dutch Red Cross, the Dutch Railways, the Management Institute and who knows more. But we, who survived the concentration camps or were rescued by the Dutch Justice among the Peoples, are obliged throughout our lives to preserve and keep alive the memory of the Holocaust victims and their spiritual and cultural values.



 

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/02/08/hang-geroofde-kunst-op-a3653438
© website copyright Central Registry 2019