News:

Nederland is met roofkunst op de verkeerde weg - Netherlands on the wrong track with looted art

1970
1945
NRC Handelsblad 15 December 2018

Alleen Nederland weegt het belang van musea mee bij de vraag of roofkunst aan nazaten moet worden teruggegeven. Dat valt niet goed te praten, zegt
Gert Jan van den Bergh.

(English translation below)

Zonder succes is geprobeerd De waarzegster van Jan Steen gerestitueerd te krijgen. Collectie Mauritshuis

W
ie in Nederland anno 2018 de restitutie van een naziroofkunstwerk vraagt, belandt, ondanks geldende nationale en internationale regels, in een ondoorzichtig en frustrerend proces. Door de speciaal hiervoor in het leven geroepen Restitutiecommissie kunnen claims worden geweigerd omdat het werk te belangrijk wordt geacht voor de museumcollectie, of omdat de verzoeker geen persoonlijke band met het werk heeft en de familie na de oorlog te weinig heeft gedaan om het werk terug te krijgen. Dat is voor nazaten van oorlogsslachtoffers, die veelal decennia lang stuk liepen op de onverschilligheid van de Nederlandse overheid niet te verteren. Mede dankzij een onbewezen ‘omslag in de publieke opinie’ wordt bij herhaling ‘redelijkheid en billijkheid’ in stelling gebracht ten gunste van de museumwereld. Die omslag hield kennelijk verband met de omvangrijke teruggaven van het eerste uur. Internationaal bestaat daarvoor geen enkel begrip.

De boodschap was: Nederland zit op het verkeerde spoor

Nederland heeft in 1998 samen met 43 andere landen de zogeheten Washington Principles ondertekend en nadien nationale regelgeving aangenomen op grond waarvan onvrijwillig verloren kunstwerken aan nazaten van (veelal joodse) oorlogsslachtoffers worden terug gegeven.

Twee weken geleden werd in Berlijn het twintigjarig bestaan van die internationaal geaccepteerde norm besproken tijdens de conferentie 20 Years of the Washington Principles: Roadmap to the Future. Ronald Lauder, president van het World Jewish Congres, liet in niet mis te verstane bewoordingen weten dat Nederland op het verkeerde spoor zit. Dat sinds 2015 het belang van het museum moet worden meegewogen kon op geen enkel begrip rekenen. Nederland is het enige land ter wereld dat een dergelijke toets kent.

Het weerwoord dat de Restitutiecommissie in Berlijn gaf, vooral dat van de voorzitter, werd algemeen als ‘ingewikkeld’ en ‘zwak’ ervaren. De voormalig Amerikaans ambassadeur en jurist Stuart Eizenstat noemde de belangenafweging zoals die in Nederland wordt gemaakt „in strijd met de Washington Principles”.

Voor het aanbrengen van gradaties in de onvrijwilligheid van het verlies bestond aanvankelijk in de Nederlandse praktijk geen plaats. Het ging (en gaat) immers om de vraag of het verlies – of het nu gedwongen verkoop, roof of diefstal betrof – verband hield met de oorlogsomstandigheden. Maar na de teruggave van meer dan 200 werken aan Marei von Saher, de niet bloedverwante erfgenaam van kunsthandelaar Goudstikker, constateerde de Restitutiecommissie een ‘omslag in publieke opinie’. Van een onderzoek naar die publieke opinie is nooit iets gebleken. Die omslag in de publieke opinie lijkt vooral te moeten worden gezocht in de museumwereld. ‘Conservatoren en museumdirecteuren spreken van een ramp’, aldus Pieter Biesboer van het Frans Halsmuseum in Vrij Nederland in 2006. Jetteke Bolten Rempt voormalig directeur van museum de Lakenhal zei in datzelfde jaar in NRC dat het haar niet verstandig leek „om al die kunstwerken zonder slag of stoot af te geven. De Nederlandse overheid moet haar verantwoordelijkheid nemen”.

Hebben de erven wel herinneringen aan het geclaimde werk?

Sindsdien zijn de regels bijgesteld en wordt de nieuw geïntroduceerde open norm van ‘redelijkheid en billijkheid’ veelal ten gunste van de museumwereld ingezet. De Restitutiecommissie weegt niet alleen het belang van het museum maar onderzoekt ook de vraag of de verzoekende partij een persoonlijke herinnering heeft aan het geclaimde werk dan wel de vraag of de familie na de oorlog voldoende heeft ondernomen om de verloren werken terug te krijgen. Hoewel het onvrijwillig bezitsverlies werd erkend is aldus de restitutie van het werk Madonna met de wilde rozen van Jan van Scorel (Centraal Museum Utrecht) aan de erven Semmel geweigerd, en meer recentelijk trokken de erven Lewenstein aan het kortste eind inzake Kandinsky’s Bild mit Häusern; het mag dan om roofkunst gaan, maar het publiek belang weegt kennelijk zwaarder. Van enige vorm van compensatie is tot nu toe in dergelijke gevallen geen sprake geweest terwijl de Restitutiecommissie daartoe wel kan besluiten.

Het lijdt overigens nauwelijks twijfel dat onder de nieuwe normen de Goudstikker-collectie niet zou zijn teruggeven; het belang van de werken voor de betrokken musea, alsook het feit dat de erfrechtelijk gerechtigde partij geen persoonlijke herinneringen koesterde, zou nu leiden tot afwijzing.

Vele nazaten van oorlogsslachtoffers hebben elk vertrouwen in de Nederlandse restitutiepraktijk verloren. Het is niet alleen de belangenafweging waaraan men aanstoot neemt; de erven Katz hebben een maand geleden Nederlandse musea in de VS gedagvaard nadat zij één en andermaal bot hadden gevangen bij de commissie, die weigerde hun lezing van gedwongen verkopen te aanvaarden. Het in oktober door de commissie gegeven advies inzake Lewenstein is volgens Kia Vahland van de Süddeutsche Zeitung dermate tendentieus dat de geloofwaardigheid van de commissie in het geding is. Daniel Boffey noemde de uitspraak in het Britse dagblad The Guardian kortweg „a step back”.

De erven Lewenstein vragen binnenkort bij de gewone rechter vernietiging van het in oktober gewezen bindend advies. De Restitutiecommissie had weliswaar aangenomen dat de verkoop in 1940 van het werk Bild mit Häusern had plaatsgevonden onder invloed van de oorlogsomstandigheden, maar stapelde vervolgens de ene onbewezen veronderstelling op de andere, om uiteindelijk bij een belangenafweging terecht te komen die, niet bepaald verrassend, in het voordeel van het Stedelijk Museum uitviel.

Er zijn verzoekers die het over een andere boeg gooien. Niet snel zal ik de 86-jarige man vergeten die na een afwijzing huilend tegenover me zat. „Ik rij naar het Mauritshuis en ruk hoogstpersoonlijk ons schilderij De waarzegster van Jan Steen van de muur. Dan moeten ze me maar arresteren.” Het legertje ontgoochelde claimanten groeit gestaag.

De Nederlandse staat heeft na de oorlog decennia de rechten van berooide nazaten van holocaust-slachtoffers genegeerd. Die situatie lijkt zich nu te herhalen. Daarbij verschuilen betrokken zich achter het feit dat het hier ‘nu eenmaal’ overheidshandelen betreft. Dat kan onmogelijk een adequaat antwoord op de internationale kritiek zijn.


Gert Jan van den Bergh
staat als advocaat de erven Lewenstein bij in hun kunst-restitutieclaim

English translation

The Netherlands is on the wrong track with looted art

Only the Netherlands considers the importance of museums in the question of whether looted art should be returned to descendants. That is not easy to talk about, says Gert Jan van den Bergh.

In the Netherlands in 2018, the restitution of a Nazi artwork results, despite current national and international rules, in an opaque and frustrating process. The Restitutions Committee, specially created for this purpose, allows claims to be refused because the work is considered too important for the museum collection, or because the applicant has no personal connection with the work and the family did not do enough to recover the work after the war. This is impossible for descendants of the victims of the war who, for decades, have failed to understand the indifference of the Dutch government. Thanks in part to an unproven 'change in public opinion', 'reasonableness and fairness' is repeatedly used to favour the museum world. This policy change was apparently related to the extensive returns that first took place. Internationally there is no concept for this approach.

The message was: The Netherlands is on the wrong track

In 1998 the Netherlands, together with 43 other countries, signed the so-called Washington Principles and later adopted national regulations on the basis of which involuntarily lost works of art were handed back to descendants of (mostly Jewish) victims of the war.

Two weeks ago the twentieth anniversary these nternationally accepted standards were discussed in Berlin during the 20 Years of the Washington Principlesconference : Roadmap to the Future conference. Ronald Lauder, president of the World Jewish Congress, said in no uncertain terms that the Netherlands is on the wrong track. The fact that since 2015 the importance of the museum must be taken into account could not count in any understanding.  The Netherlands is the only country in the world that has such a test.

The reply given by the Restitutions Committee in Berlin, especially that of the chairman, was generally perceived as 'complicated' and 'weak'. The former American ambassador and lawyer Stuart Eizenstat called the weighing of interests as it is made in the Netherlands "contrary to the Washington Principles".

There was no place in the Dutch practice for the application of gradations in the involuntary nature of the loss. After all, it was (and is) about whether the loss - whether forced sale, robbery or theft - was related to war conditions. But after the return of more than 200 works to Marei von Saher, the non-blood-related heir of art dealer Goudstikker, the Restitutions Committee found a 'change in public opinion'.  There is no evidence of any research into public opinion. This shift in public opinion seems to have to be sought in the museum world. 'Curators and museum directors speak of a disaster,' says Pieter Biesboer of the Frans Halsmuseum in Vrij Nederlandin 2006. Jetteke Bolten Rempts former director of museum de Lakenhal said in the same year in NRC that it did not seem sensible to her to give away all those artworks without a struggle. The Dutch government must take responsibility ".

Do the heirs have memories of the claimed work?

Since then the rules have been adjusted and the newly introduced open norm of 'reasonableness and fairness' is often used in favour of the museum world. The Restitutions Committee not only weighs the importance to the museum, but also examines whether the claimant has a personal memory of the claimed work or whether the family has done enough to recover the lost works after the war. Although the involuntary loss of possession was recognized, the restitution of the work Madonna with the wild roses of Jan van Scorel (Centraal Museum Utrecht) was refused to the heirs Semmel, and more recently the heirs Lewenstein were rejected for their claim to Kandinsky's Bild mit Häusern; it may be looted, but the public interest clearly weighs heavier. To date, no compensation has been provided in any of these cases, though the Restitutions Committee has the power to award it.

There is hardly any doubt that under the new standards the Goudstikker collection would not be returned; the importance of the works for the museums in question, as well as the fact that the claimant did not have any personal memories, would now lead to rejection.

Many descendants of the victims have lost all faith in Dutch restitution practice. It is not only the weighing of interests in which offense is taken; the Katz heirs filed a suit against Dutch museums in the US a month ago after the the Committee refused to accept their reading of forced sales. The advice given by Lewundin in October, according to Kia Vahland of the Süddeutsche Zeitung, is so tenuous that the credibility of the Committee is at stake. Daniel Boffey called the ruling in the British newspaper The Guardian simply "a step back".

The Lewenstein heirs will soon ask a judge to annul the binding opinion issued in October. Although the Restitutions Committee had assumed that the sale in 1940 of the work Bild mit Häusern had taken place under the influence of the war conditions, one unproven assumption was placed on the other, in order to end up with a weighing of interests which, not surprisingly, was to the benefit of the Stedelijk Museum.

There are claimants who are taking a different approach. I will not soon forget the 86-year-old man who was crying to me after a rejection. "I drive to the Mauritshuis and personally pull our painting Jan Steen's fortune-teller from the wall. Then they should arrest me. "The army of disillusioned claimants is growing steadily.

After the war, the Dutch state ignored the rights of destitute descendants of Holocaust victims. That situation now seems to be repeating itself. In doing so, the people involved are hiding behind the fact that these are 'government transactions'. That cannot possibly be an adequate response to international criticism.

https://www.nrc.nl/nieuws/2018/12/14/roofkunst-niet-te-mooi-om-terug-te-geven-a3060741
© website copyright Central Registry 2019