News:

Nederland gaat gewetensvol om met roofkunst - The Netherlands deals conscientiously with looted art

1970
1945
NRC Handelsblad 19 December 2018

Al had de Restitutiecommissie duidelijker moeten zijn of een Kandinsky wel of geen roofkunst was, schrijft Evelien Campfens.

(English translation below)

Op het gebied van restitutie van roofkunst zou Nederland van moreel leider tot paria zijn verworden, aldus Wesley Fisher en Anne Webber in een opiniestuk in Opinie & Debat (Schande dat deze roofkunst in het museum mag blijven hangen, 8/12). Voorzitter van de Restitutiecommissie Alfred Hammerstein wees deze kritiek in een reactie (Bij roofkunst staat belang slachtoffer altijd voorop, 10/12) terecht als suggestief van de hand.

Nederland is geen paria op dit gebied, maar loopt voorop, alleen al omdat er een neutraal forum is waar partijen zich kunnen melden met moeilijke kwesties. En waar een transparante procedure met hoor en wederhoor leidt tot een openbaar en met feiten onderbouwd advies. Daar kunnen we het vervolgens al dan niet mee eens zijn. De meeste Nederlandse musea committeren zich bovendien vrijwillig aan deze procedure. Dat is in veel landen wel anders.

Emotioneel belang

De kritiek van Fisher en Webber richt zich op de belangenafweging die de Restitutiecommissie heeft gemaakt in een claim van de erven van de voormalige Joodse eigenaresse van Bild mit Häusern van Wassily Kandinsky. Die belangenafweging viel eind oktober slecht uit voor de erven. Het werk zou voor hen niet van emotioneel belang zijn. Voor het Stedelijk Museum was het van grotere waarde, en dus werd de claim afgewezen.

Fisher en Webber citeren de voormalig Amerikaanse ambassadeur en jurist Eizenstat die in 1998 onderhandelde over de Washington Principles (waarin internationale normen zijn vastgelegd voor de teruggave van kunstwerken aan de ervan van oorlogsslachtoffers). De belangenafweging is volgens Eizenstat „in strijd met” die Washington Principles.

Maar Eizenstat geeft een te simpele voorstelling van zaken. Natuurlijk zijn de Washington Principles opgesteld om de belangen van de erfgenamen van Holocaust-slachtoffers te verdedigen. Maar dat is iets anders dan de belangen van nieuwe bezitters volledig buiten beeld te laten. In de Washington Principles gaat het om „door de nazi’s geconfisqueerde kunstwerken die na de oorlog niet werden teruggegeven aan hun eigenaren” waarvoor een „billijke en rechtvaardige oplossing” (just and fair solution) moet worden gezocht, al naar gelang de omstandigheden. Dat is een open norm waarover verschillend wordt gedacht. Maar een ding is duidelijk en dat is dat het om roofkunst moet gaan: kunstwerken die zijn geconfisqueerd of onder dwang zijn verkocht.

Verwarring

De vraag is, gaat het daar in het geval van de Kandinsky om? De commissie beantwoordt die vraag niet en dat zorgt voor verwarring. Het gaat of om naziroofkunst, of niet. Zo niet, dan moet de claim worden afgewezen en is belangenafweging niet aan de orde. Zo ja, dan volgt een ‘fair and just solution’.

Het had daarom voor de hand gelegen, voor zover de commissie de verkoop van de Kandinsky inderdaad als dwangverkoop had willen aanmerken (wat ze dus in het midden liet), dat daar een vorm van rechtsherstel aan was gekoppeld. De term ‘fair and just solutions’ biedt op dat moment ruimte voor belangenafweging – maar pas in deze fase en pas na het oordeel dat iets ‘roofkunst’ is.

In de visie van Fisher en Webber zou het in de ‘fair and just’ norm om een absoluut recht gaan dat alle andere belangen opzij zet. Het kunstwerk moet altijd worden teruggegeven aan de eerdere eigenaar (‘rightful owner’). Maar is dat wel terecht? Hebben nieuwe bezitters die te goeder trouw een werk aankochten helemaal geen rechten? Zeker in gevallen waarbij de feiten niet klip en klaar zijn, lijkt dat onredelijk. In de praktijk zie je juist vaak creatieve oplossingen zoals gedeelde verkoopopbrengst, of erkenning door het vertellen van het verhaal van het verlies naast het tentoongestelde werk.

Openbaar kunstbezit

En hoe zit het met het collectieve belang van openbaar kunstbezit? Als iets van nationaal belang is kan dat volgens internationale verdragen reden zijn voor beperking van de rechten van de eigenaar van een kunstwerk. Zou dat hier dan nooit mogen worden meegewogen? Toen werken van Gustav Klimt uit het Belvedère in Wenen na teruggave aan de Amerikaanse erfgename voor onvoorstelbare bedragen werden doorverkocht aan een Chinese privéverzamelaar, deed dat aardig wat wenkbrauwen fronsen.

Openbare uitspraken zoals die van de commissie en een bredere discussie zijn nodig om meer grip te krijgen op wat nu eigenlijk ‘rechtvaardig’ is. Het Europese Parlement houdt zich hier overigens ook mee bezig en stelde onlangs een ontwerpverklaring op voor de ‘cross border restitution claims of works of art and cultural goods looted in armed conflicts and wars’. Daarin wordt voor meer transparantie en een Europese aanpak gepleit. Dat lijkt de goede weg.


Evelien Campfens
werkt aan de Universiteit van Leiden aan een proefschrift over roofkunstkwesties. In de periode 2002-2016 was zij secretaris van de Restitutiecommissie.

English translation

Although the Restitutions Committee should have made it clearer whether a Kandinsky was looted art or not, writes Evelien Campfens

In the field of restitution of looted art, the Netherlands would have turned from moral leader to pariah, according to Wesley Fisher and Anne Webber in an opinion piece in Opinie & Debat (Shame that this looted art may remain in the museum, NRC 8/12). The Chairman of the Restitutions Committee Alfred Hammerstein rightly rejected this criticism in his published response (In the case of looting, the victim's best interest is always paramount, NRC 10/12)

The Netherlands is not a pariah in this area, but a leader, if only because there is a neutral forum where parties can bring difficult issues. And where a transparent and adversarial procedure leads to a public and fact-based advice. We can then agree or disagree. Moreover, most Dutch museums commit themselves voluntarily to this procedure. This is different in many countries.

Emotional interest

Fisher and Webber's criticism focuses on the balance of interests made by the Restitutions Committee in a claim by the heirs of the former Jewish owner of ‘Bild mit Häusern’ of Wassily Kandinsky. At the end of October, this balancing of interests went against the heirs. The decision from the Committee was that the work would not be of emotional importance to them. It was of greater value to the Stedelijk Museum, so the claim was rejected.

Fisher and Webber quote the former American ambassador and lawyer Eizenstat, who negotiated the Washington Principles in 1998 (which set international standards for the return of works of art to their victims of war). According to Eizenstat, the balancing of interests is "in conflict with" the Washington Principles. 

But Eizenstat gives too simple a picture. Of course, the Washington Principles have been drawn up to defend the interests of the heirs of Holocaust victims. But that is not the same as leaving the interests of new owners completely out of the picture. The Washington Principles are about "works of art confiscated by the Nazis that were not returned to their owners after the war" for which a "just and fair solution" must be sought, depending on the circumstances. This is an open norm that is thought about differently. But one thing is clear, and that is that it must be about looting: works of art that have been confiscated or sold under duress.

Confusion 

The question is, is that what the Kandinsky case is about? The committee does not answer that question and that causes confusion. It is either about Nazi theft art or not. If not, the claim must be rejected and there is no weighing up of interests. If so, a 'fair and just solution' follows. 

It would therefore have been obvious, in so far as the Committee had indeed intended to regard the sale of the Kandinsky as a compulsory sale (which it therefore left open), that a form of restoration of rights was linked to it. The term 'fair and just solutions' offers room for balancing interests at that moment - but only in this phase and only after the judgment that something is 'looted art'. 

In Fisher and Webber's view, the 'fair and just' norm would be an absolute right that sets aside all other interests. The artwork must always be returned to its previous owner ('rightful owner'). But is that really justified? Do new owners who bought a work in good faith have no rights at all? Certainly in cases where the facts are not clear and simple, this seems unreasonable. In practice, you often see creative solutions such as shared sales proceeds, or recognition by telling the story of the loss in addition to the exhibited work.

Public art property

And what about the collective interest of art is public ownership? According to international treaties, if something is of national importance, it may be a reason to restrict the rights of the owner of a work of art. Should that never be taken into account here? When works by Gustav Klimt from the Belvedere in Vienna were sold on to a Chinese private collector for unimaginable sums of money after being returned to the American heir, this caused quite a few eyebrows to frown.

Public statements such as those of the Committee and a broader discussion are necessary to get a better grip on what is actually 'just'. The European Parliament is also concerned with this issue and recently drew up a draft declaration for the 'cross border restitution claims of works of art and cultural goods looted in armed conflicts and wars'. It advocates greater transparency and a European approach. That seems to be the right way to go.

Evelien Campfens is working on a dissertation on art looting at the University of Leiden. From 2002-2016 she was Secretary of the Dutch Restitutions Committee.


https://www.nrc.nl/nieuws/2018/12/18/nederland-gaat-gewetensvol-om-met-roofkunst-a3089309
© website copyright Central Registry 2019