News:

Roofkunst terugkrijgen wordt steeds lastiger zonder ‘hard bewijs’ - Recovering looted art is becoming more and more difficult without 'hard evidence'

1970
1945
de Volkskrant 19 December 2018
Gerard Aalders

(English translation below)

Foto van Bild mit Häusern (1909) van Wassily Kandinsky.

Sinds 1951 hangt er in het Van Abbemuseum een Kandinsky. Hester Bergen (en haar familie) hebben het museum in Eindhoven ervan overtuigd dat Blick auf Murnau mit Kirche afkomstig is uit de collectie van haar overgrootmoeder Johanna Margaretha Stern-Lippmann, die in Auschwitz werd vergast. Het schilderij is een glashelder geval van roofkunst.

advertentie

Mevrouw Bergen en het Van Abbemuseum besloten in goed overleg de ‘koninklijke weg’ te bewandelen en de zaak voor te leggen aan de Restitutiecommissie van het ministerie van OCW in Den Haag. Tot verbijstering van beide partijen wees de commissie de claim af.

Er is overigens nog een Kandinsky waarover al jaren gesteggeld wordt: Bild mit Häusern in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

De Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (‘Restitutiecommissie’) fungeert sinds 2002. Ze is in het leven geroepen om claims op roofkunst te beoordelen. De claimanten zijn meestal erfgenamen van Joden die tijdens de oorlog, vóór hun deportatie naar de gaskamers, van al hun bezittingen werden beroofd. Kunst viel daar ook onder.

Goudstikker-zaak

De geallieerden hebben op 5 januari 1943 kopers en helers van roofkunst (ook in de neutrale landen) gewaarschuwd dat na de oorlog alles zou worden teruggevorderd. De Inter-Allied Declaration Against Acts of Dispossession Committed in Territories Under Enemy Occupation or Control stond niet op zich zelf. Er zouden nog meer geallieerde verdragen volgen, die allemaal beoogden beroofde eigenaren in hun rechten te herstellen.

In Nederland is dat behoorlijk fout gegaan. De Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK), de verantwoordelijke instantie, leek vaak verdacht veel op een acquisitiebureau dat zijn kans schoon zag het nationaal Nederlands kunstbezit geheel gratis te verrijken. De Goudstikker-zaak is het beruchtste voorbeeld van de SNK-inhaligheid.

Op de golven van aandacht voor de naziroof, die sinds midden jaren 90 eerst de Verenigde Staten en daarna ook Europa overspoelde, kwam de zaak-Goudstikker in 1999 voor het Haagse Gerechtshof. De landsadvocaten vroegen de rechter zich niet bevoegd te verklaren om over de zaak te oordelen. Ze kregen hun zin, al was er veel kritiek op het vonnis.

Het grootste probleem bij geroofde kunst is de bewijsvoering. Behalve kunst roofden de nazi’s de gehele inboedel weg, zodat ook fotoalbums en verzekeringspapieren spoorloos verdwenen. Voor de weinige Joden die terugkeerden uit de vernietigingskampen was het leveren van juridisch hard bewijs dat een schilderij of ander kunstvoorwerp aan hem of haar had toebehoord zo goed als onmogelijk. Geen foto’s, geen papieren en vaak evenmin getuigen.

Belabberde aanpak

Hoewel de teruggaaf (‘rechtsherstel’) van de gestolen eigendommen in het algemeen redelijk is verlopen, bleef de teruggave van kunst een schandvlek op het restitutiebeleid.

Uit onvrede met de belabberde aanpak in veel Europese landen werden in 1998 op aandringen van Amerika de ‘Washington Principles’ opgesteld. Nederland was een van de landen die zich op de conferentie van Washington achter de Principles heeft geschaard. De deelnemende landen hadden beloofd alles te zullen doen wat in hun vermogen ligt om de rechtmatige eigenaren hun geroofde kunst terug te geven.

Men was ervan overtuigd geraakt dat juridische bewijslevering vrijwel niet rond te krijgen was. In plaats daarvan kwam er een meer realistische benadering. Wie aannemelijk kon maken dat hij aanspraak maakte op een kunstobject kreeg het terug.

Toen Nederland in Washington de overeenkomst tekende, was het tegelijkertijd bezig via het peperdure communicatiebureau Hill+Knowlton alle publiciteit over Goudstikker tijdens de conferentie uit te bannen. Het was te pijnlijk.

Kentering in het beleid

Het State Department had mij uitgenodigd om als onafhankelijk expert op de conferentie te spreken. Door ingrijpen van de Nederlandse ambassade in Washington werd ik te elfder ure als spreker van de lijst geschrapt. Dankzij een WOB-procedure weet ik dat de ambassade, om haar doel te bereiken, achterklap en het geven van valse informatie niet heeft geschuwd. Stel je voor dat ik als onafhankelijke spreker Goudstikker had aangeroerd. Het geeft aan hoe de Nederlandse Staat destijds tegenover restitutie stond.

Gelukkig kwam er dankzij de Washington Principles een kentering in het beleid. De Restitutiecommissie werd ingesteld en de kans roofkunst terug te krijgen verbeterde enorm. Men begreep dat onomstotelijk juridisch bewijs niet te leveren viel. De Goudstikker-erven dienden een claim in en deze keer wonnen ze. De Restitutiecommissie adviseerde tot teruggave. In 2006 kregen de erfgenamen Goudstikker 202 schilderijen terug.

Jarenlang heeft de Restitutiecommissie bewonderenswaardig werk gedaan, dankzij een praktische aanpak van zaken. Maar in die werkwijze is verandering gekomen. Als lid van de International Advisory Board of Scholars and Experts van het Central Registry of Information on Looted Cultural Property in Londen hoor ik sinds enkele jaren weer alarmerende berichten over het Nederlandse teruggaafbeleid.

Weg van het goede pad

De Restitutiecommissie laat haar oude beleid varen en eist steeds vaker harde bewijzen waarvan ze weet dat die niet kunnen worden geleverd. Het concept van ‘aannemelijk maken’ dat iets aan jou of je familie toebehoort, wordt losgelaten en de juridische benadering – die in deze zaken nooit de oplossing kan zijn – wint terrein.

Stuart Eizenstat, een Amerikaanse diplomaat en destijds dé drijvende kracht achter de Washington Principles, verweet Nederland onlangs zich niet langer aan de Principles te houden. Tijdens de conferentie over de naleving van de Washington Principles in Berlijn, eind november, maande hij Nederland terug te keren op het goede pad en de claimanten weer voorop te stellen. Het gaat immers om hun belangen, niet om de eigendomsbelangen van de Staat of de Nederlandse musea.

De beslissing over de Kandinsky in het Van Abbemuseum (maar ook die in het Stedelijk) past in de nieuwe trend van de Restitutiecommissie, die het ‘aannemelijk maken’ heeft ingeruild voor harde bewijsvoering, die claimanten bij voorbaat zo goed als kansloos maakt. Een commissie volgepropt met juristen denkt nu eenmaal te veel langs juridisch patronen. En dat is tegen alle afspraken in.

Gerard Aalders is historicus en auteur van drie naziroofboeken: Roof, Berooid en Eksters.


English translation

Historian Gerard Aalders says that the insistence on hard evidence rather than assessing what is plausible is leaving claimants without a chance of recovery

Since 1951 there has been a Kandinsky in the Van Abbemuseum. Hester Bergen (and her family) have convinced the museum in Eindhoven that 'Blick auf Murnau mit Kirche' comes from the collection of her great-grandmother Johanna Margareta Stern-Lippmann, who was gassed in Auschwitz. The painting is a crystal-clear case of looting. 

Mrs Bergen and the Van Abbemuseum decided together to follow the 'royal path' and to refer the matter to the Restitutions Committee of the Ministry of Education, Culture and Science in The Hague. To the dismay of both parties, the Committee rejected the claim.

There is, incidentally, another Kansdinsky, which has been the subject of much discussion for years: 'Bild mit Häusern' in the Stedelijk Museum in Amsterdam.

The 'Advisory Committee on applications for restitution of cultural goods and the Second World War' ('Restitutions Committee') has been in operation since 2002. It was set up to assess claims for looted art. The claimants are usually heirs of Jews who were robbed of all their possessions during the war, before their deportation to the gas chambers.

Art was also included.

On 5 January 1943, the Allies warned buyers and possessors of looted art (also in the neutral countries) that everything would be recovered after the war. The Inter-Allied Declaration Against Acts of Dispossession Committed in Territories Under Enemy Occupation or Control did not stand alone. More Allied treaties would follow, all aimed at restoring the rights of the robbed owners. 

In the Netherlands that went pretty wrong. The Netherlands Art Property Foundation (SNK), the responsible body, often looked suspiciously like an acquisition agency that saw its chance to enrich the national Dutch art collection completely free of charge. 

The Goudstikker case is the most notorious example of SNK greed.

On the waves of attention for Nazi theft, which first flooded the United States and then Europe since the mid-1990s, the Goudstikker case came before the Hague Court of Appeal in 1999. The state attorneys did not ask the judge to declare himself competent to rule on the case. They were given their way, although there was much criticism of the judgment. 

The biggest problem with looted art is the evidence. Apart from art, the Nazis robbed the entire contents of homes, so that photo albums and insurance papers disappeared without a trace. For the few Jews who returned from the extermination camps, providing hard legal evidence that a painting or other object of art belonged to him or her was virtually impossible. No photographs, no papers, and often no witnesses. 

Although the restitution ('restoration of rights') of the stolen properties generally went reasonably well, the restitution of art remained a disgrace in Dutch restitution policy. 

Out of dissatisfaction with the lousy approach in many European countries, the 'Washington Principles' were drawn up in 1998 at America's insistence. The Netherlands was one of the countries that signed up to the Principles at the Washington conference. The participating countries promised to do everything in their power to return their looted art to its rightful owners. They were convinced that legal evidence was almost impossible to obtain. Instead, a more realistic approach was adopted. Those who could make a plausible case that they were claiming an art object received it back. 

When the Netherlands signed the agreement in Washington, it was at the same time busy banning all publicity about Goudstikker during the conference via the extremely expensive communication agency Hill & Knowlton. It was too painful. 

The State Department had invited me to speak at the conference as an independent expert. As a result of intervention by the Dutch embassy in Washington, I was removed from the list as a speaker at the eleventh hour. Thanks to a WOB procedure, I know that the embassy, in order to achieve its goal, did not shy away from complaining and giving false information. Imagine if, as an independent speaker, I had touched on Goudstikker. It indicates the Dutch State's position on restitution at the time.

Fortunately, thanks to the Washington Principles, there was a change in policy. The Restitutions Committee was set up and the chance of recovering the art of looting improved enormously. It was understood that irrefutable legal evidence could not be provided. The Goudstikker heirs filed a claim and this time they won. The Restitutions Committee recommended restitution. In 2006, the Goudstikker heirs received 202 paintings in return. 

For years the Restitutions Committee has done admirable work, thanks to a practical approach to cases. But this approach has changed. As a member of the International Advisory Board of Scholars and Experts of the Central Registry of Information on Looted Cultural Property, I have been hearing alarming reports for several years now. 

The Restitutions Committee is abandoning its old policy and is increasingly demanding hard evidence that it knows cannot be provided. The concept of 'making a case' that something belongs to you or your family is abandoned and the legal approach - which can never be the solution in these matters - is gaining ground. 

Stuart Eizenstat, an American diplomat and at the time the driving force behind the Washington Principles, recently reproached the Netherlands for no longer adhering to the Principles. During the conference on compliance with the Washington Principles in Berlin at the end of November, he urged the Netherlands to return to the right path and put the claimants back first. After all, it is about their interests, not about the ownership interests of the State or of Dutch museums.               

The decision about the Kandinsky in the Van Abbemuseum (but also in the Stedelijk) fits in with the new trend of the Restitutions Committee, which has exchanged 'making it plausible' for hard evidence that makes the claimants’ position virtually hopeless from the outset. A committee crammed with lawyers simply thinks too much about legal patterns. And that is against all agreements.

Gerard Aalders is a historian and author of three books on Nazi plunder: Roof, Berooid and Eksters.


https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/roofkunst-terugkrijgen-wordt-steeds-lastiger-zonder-hard-bewijs-~b4146e2e/
© website copyright Central Registry 2019