News:

Wie niet zoekt, niet vindt

1970
1945
De Standaard 25 January 2014
By Geert Sels

Naziroofkunst keerde nooit naar eigenaars terug

België bracht na de oorlog bitter weinig naziroofkunst terug naar huis. Daarvan gaf het nog geen tiende terug aan de rechtmatige eigenaars; de rest verdeelde het onder onze musea. De problemen van die falende aanpak dragen we tot vandaag met ons mee.

1. WAT VOORAFGING

Begin november 2013 breekt in Duitsland de affaire-Gurlitt uit. In een woning in München treft de politie 1.500 kunstwerken aan van het puikje van de moderne kunst. Er zit werk tussen van Picasso, Kokoschka, Chagall, Matisse en Munch. De collectie werd aangelegd door Hildebrand Gurlitt, een voormalig kunstinkoper van Adolf Hitler.

Overal ter wereld gaan de alarmbellen af. Onderzoekers die zich bezighouden met naziroofkunst zetten druk bij de Duitse overheden om de inventaris openbaar te maken. Wat gebeurt. In alle landen schieten de cellen in gang die over kunstteruggave gaan. Ze kruisen die met hun digitale databanken van vermiste werken. Al snel duiken de eerste matches op.

Zou er kunst van Belgische herkomst tussen zitten? Tenslotte hebben de nazi’s ook uit ons land duizenden kunstvoorwerpen weggevoerd. Zijn er bij ons databanken consulteerbaar? In 2008 heeft een commissie voor de vergoeding van joodse oorlogsslachtoffers een databank nagelaten. Volgens het eindrapport staan er meer dan 4.000 kunstitems in beschreven uit 225 joodse collecties.

De databank wordt bewaard op de Kanselarij van de Eerste Minister. ‘Tot mijn spijt kan ik u om redenen van privacy geen inzage geven’, zegt Françoise Audag, directeur-generaal juridische zaken. ‘In de bestanden staat het bedrag vermeld dat de joodse slachtoffers uitgekeerd kregen. Het zou weinig discreet zijn om dat openbaar te maken.’

Volgens hetzelfde rapport is het aandeel joodse kunst nog maar het topje van de ijsberg. In de oorlogsjaren is er uit ons land ook veel niet-joodse kunst verdwenen van verzamelaars of via de kunstmarkt. Wat is hier allemaal gebeurd?

We besluiten het uit te zoeken via vrijgegeven documenten in het Rijksarchief en via tal van internationale databanken. We reconstrueren het tracé van Jordaensen, Memlings en Brueghels, vanaf de muur van hun eigenaars tot in de Duitse opslagplaatsen. Eens terug in het land werd 91 procent van de 1.155 gerecupereerde goederen Belgisch staatseigendom; 639 kunstvoorwerpen kwamen terecht in Belgische musea.

2. TERUG NAAR DE OORLOGSJAREN

Op 16 september 1940 krijgt kunstverzamelaar Emile Renders in Brugge bezoek van Walter Paech. Ons land is dan nog maar een half jaar bezet door het Duitse leger. Paech is een Duitser die zich al voor de oorlog in Nederland heeft gevestigd. Hij drijft in Amsterdam een kunsthandel op het Rokin. De heer Paech lijkt weinig hinder te ondervinden van de blokkades onderweg. Voor hem zwaaien de barelen probleemloos open. Hij komt in opdracht van hooggeplaatste instanties.

To read the full article, click here for page 1, page 2, page 3, page 4 and page 5.

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140124_00946729
© website copyright Central Registry 2019