News:

Nazi-roofkunst in onze musea - Nazi-looted art in Belgian museums

1970
1945
De Standaard 25 January 2014
By Geert Sels

In Belgische musea bevinden zich werken die daar niet thuishoren. Of waarvan minstens de herkomst grondig onderzocht moet worden. Ze zijn tijdens de nazi-bezetting naar Duitsland gebracht en kwamen nadien in onze musea terecht.

Elk groot Belgisch museum heeft kunstwerken met een ranzig verleden. Ze zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s aangekocht of ruwweg geconfisqueerd. Na de oorlog keerde amper negen procent terug naar de eigenaars.

In onze musea bevinden zich 331 kunstobjecten die terugkeerden uit nazigebied en van wie de originele eigenaar niet bekend is. In de jaren na de oorlog is daar ook weinig naar gezocht.

De Vanitas van Jan Denens werd tijdens de oorlog brutaal in beslag genomen door de nazi’s. Die schuimden vanaf 1942 systematisch de steden af om verlaten huizen van gedeporteerde en geëmigreerde joden leeg te halen.

Het schilderij werd geplunderd tijdens de Möbelaktion B31. Na de oorlog werd het door de geallieerden aangetroffen in Schloss Kogl (Oostenrijk). Dat was een van de 1.400 depots waarin de nazi’s in heel het Derde Rijk kunstgoederen opsloegen. Het hangt nu in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen.

In het Museum voor Schone Kunsten Gent hangt De dorpsadvocaat van Pieter Brueghel II. De herkomst is onbekend. In het museumdepot zitten twee schilderijen van Frits Van den Berghe, afkomstig van een joodse eigenaar (naam en adres bekend bij de redactie) die ze wou uitlenen voor een expositie. Wegens de oorlog ging die niet door; nadien was de eigenaar onvindbaar.

Het Museum voor Schone Kunsten Brussel heeft met Bloemen van Lovis Corinth een werk van onbekende herkomst. Voorts kreeg het negen schilderijen van Xavier Mellery die tientallen jaren in de kelders van het Paleis voor Schone Kunsten lagen. Daar werden na de oorlog de veilingen van gerecupereerde roofkunst georganiseerd. Het museum weet niet wie de eigenaar is.

De informatie komt uit een bijlage van een rapport over de schadeloosstelling aan de joodse gemeenschap. Het rapport dateert uit 2008. Tussen de tientallen pagina’s is het bestaan van het addendum in één zinnetje vermeld. Het is nooit gepubliceerd. Het kostte zoekwerk om er de hand op te leggen.

Het rapport is bij momenten scherp. Zo vermeldt het enkele kisten in het Jubelpark met 292 cultuurgoederen van niet-geïdentificeerde joodse herkomst. Het gaat om islamitische, Chinese, Griekse en Romeinse kunstobjecten. Ze zijn teruggevonden in een opslagplaats in Nikolsburg (nu Mikulov in Tsjechië). ‘De instelling schreef alle stukken in in zijn inventaris’, zegt het rapport, ‘en ondernam geen enkele poging om de eigenaars te identificeren.’

Deze gegevens zijn maar een topje van de ijsberg. Het rapport focust alleen op joodse bezittingen en onderzocht een beperkt aantal Belgische musea. Het lijdt geen twijfel dat veel kunst van bij ons in buitenlandse musea en privécollecties verzeild is. Van de duizenden stukken die richting Duitsland verdwenen, keerden er amper 1.155 terug naar ons land.

Van de stukken die wel terugkwamen, kwam 91 % bij de Staat terecht. Ruim een derde werd na de oorlog in zes openbare veilingen verkocht. Dat leverde de schatkist 3,3 miljoen toenmalige frank op.

639 stukken werden verdeeld over vijftien musea. Daaronder ruim 120 schilderijen, van topnamen uit onze kunstgeschiedenis zoals Jordaens, Memling, Metsijs, Van der Weyden, Cranach en Brueghel.

To see the article in full as published with illustrations of the paintings, click here for page 1, here for page 2, and here for page 3.

 

http://www.standaard.be/cnt/dmf20140124_00946633
© website copyright Central Registry 2019